Bijbelteksten

Bijbelteksten over geloof

Geloof is in de Bijbel vertrouwen op een Persoon, geen gevoel over de afloop. Deze verzen beschrijven geloof als zekerheid over Gods beloften, gevoed door het horen van zijn Woord en zichtbaar in een leven dat met Hem blijft wandelen.

Hebreeën 11 opent met een omschrijving: geloof is ‘een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet’. Daarna vult het hoofdstuk zich met mensen die God vertrouwden voordat ze zagen wat Hij zou doen. Geloof is in de Schrift altijd: je volle gewicht leggen op iemand die betrouwbaar is.

Lees deze verzen wanneer je geloof klein aanvoelt. Jezus zei dat geloof als een mosterdzaad genoeg is, en een van de eerlijkste gebeden in de evangeliën is dat van de vader die zegt dat hij gelooft en God vraagt zijn ongeloof te hulp te komen.

23 Bijbelteksten over geloof

  1. 1

    Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.

    Hebreeën 11:1SV
  2. 2

    Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.

    Spreuken 3:5–6SV
  3. 3

    Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

    Hebreeën 11:6SV
  4. 4

    (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.)

    2 Korinthe 5:7SV
  5. 5

    En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.

    Mattheüs 17:20SV
  6. 6

    Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods,

    Romeinen 10:17SV
  7. 7

    Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

    Efeze 2:8–9SV
  8. 8

    En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.

    Markus 9:23SV
  9. 9

    Want de rechtvaardigheid Gods wordt in hetzelve geopenbaard uit geloof tot geloof; gelijk geschreven is: Maar de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

    Romeinen 1:17SV
  10. 10

    Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken;

    Psalm 37:5SV
  11. 11

    Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid. Gelooft gij dat?

    Johannes 11:25–26SV
  12. 12

    Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.

    Johannes 20:29SV
  13. 13

    Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde; Verkrijgende het einde uws geloofs, namelijk de zaligheid der zielen.

    1 Petrus 1:8–9SV
  14. 14

    Alzo ook het geloof, indien het de werken niet heeft, is bij zichzelven dood.

    Jakobus 2:17SV
  15. 15

    Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.

    Hebreeën 12:1–2SV
  16. 16

    En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.

    Mattheüs 21:22SV
  17. 17

    Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.

    1 Johannes 5:4SV
  18. 18

    Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn.

    Lukas 1:37SV
  19. 19

    En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer; En ten volle verzekerd zijnde, dat hetgeen beloofd was, Hij ook machtig was te doen.

    Romeinen 4:20–21SV
  20. 20

    Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods.

    Psalm 20:7SV
  21. 21

    Gezegend daarentegen is de man, die op den HEERE vertrouwt, en wiens vertrouwen de HEERE is!

    Jeremia 17:7SV
  22. 22

    En Jezus, terstond gehoord hebbende het woord, dat er gesproken werd, zeide tot den overste der synagoge: Vrees niet; geloof alleenlijk.

    Markus 5:36SV
  23. 23

    Opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid der mensen, maar in de kracht Gods.

    1 Korinthe 2:5SV

Bijbeltekst: Statenvertaling (SV).

Veelgestelde vragen

Wat is geloof volgens de Bijbel?

Hebreeën 11:1 omschrijft geloof als ‘een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet’: een zekerheid over Gods beloften die bepaalt hoe iemand nu leeft.

Hoe kan mijn geloof groeien volgens de Bijbel?

Romeinen 10:17 zegt: ‘het geloof is uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods’. De Schrift verbindt groeiend geloof ook met gebed, met het gedenken van Gods trouw in het verleden en met Hem gehoorzamen in kleine stappen.