Bijbelteksten

Bijbelteksten over vergeving

De bijbelteksten over vergeving houden twee dingen samen: God vergeeft om niet wie zijn zonde belijdt, en wie Hij vergeeft is geroepen anderen te vergeven zoals hem vergeven is.

‘Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.’ De Schrift beschrijft Gods vergeving in sprekende beelden: zonden die wit worden als sneeuw, in de diepten van de zee geworpen, niet meer gedacht. Dat alles is mogelijk gemaakt door Christus.

Anderen vergeven is vaak moeilijker. De verzen hieronder doen niet alsof het makkelijk is, maar ze laten zien waar de kracht om te vergeven vandaan komt: bedenken hoeveel ons vergeven is.

25 Bijbelteksten over vergeving

  1. 1

    Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.

    1 Johannes 1:9SV
  2. 2

    Maar zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft.

    Efeze 4:32SV
  3. 3

    Verdragende elkander, en vergevende de een den anderen, zo iemand tegen iemand enige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzo.

    Kolossenzen 3:13SV
  4. 4

    Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.

    Psalm 103:12SV
  5. 5

    Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

    Jesaja 1:18SV
  6. 6

    Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.

    Mattheüs 6:14–15SV
  7. 7

    Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid. Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.

    Micha 7:18–19SV
  8. 8

    Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest.

    Psalm 51:10SV
  9. 9

    Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.

    2 Korinthe 5:17SV
  10. 10

    En oordeelt niet, en gij zult niet geoordeeld worden; verdoemt niet, en gij zult niet verdoemd worden; laat los, en gij zult losgelaten worden.

    Lukas 6:37SV
  11. 11

    Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,

    Handelingen 3:19SV
  12. 12

    Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

    Romeinen 8:1SV
  13. 13

    Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet.

    Jesaja 43:25SV
  14. 14

    Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is.

    Psalm 32:1SV
  15. 15

    Toen kwam Petrus tot Hem, en zeide: Heere! hoe menigmaal zal mijn broeder tegen mij zondigen, en ik hem vergeven! Tot zevenmaal? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven maal.

    Mattheüs 18:21–22SV
  16. 16

    Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken.

    Hebreeën 8:12SV
  17. 17

    Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen, die U aanroepen, HEERE!

    Psalm 86:5SV
  18. 18

    En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve.

    Markus 11:25SV
  19. 19

    En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.

    Lukas 23:34SV
  20. 20

    Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.

    Spreuken 28:13SV
  21. 21

    In Welken wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade,

    Efeze 1:7SV
  22. 22

    Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.

    Psalm 130:3–4SV
  23. 23

    En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.

    Lukas 15:20SV
  24. 24

    Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;

    Romeinen 3:23–24SV
  25. 25

    En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.

    2 Kronieken 7:14SV

Bijbeltekst: Statenvertaling (SV).

Veelgestelde vragen

Welke Bijbeltekst gaat over Gods vergeving?

1 Johannes 1:9 is de klassieke belofte: ‘Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.’ Psalm 103:12 en Jesaja 1:18 laten zien hoe volledig die vergeving is.

Hoe vaak moeten we vergeven volgens Jezus?

Toen Petrus vroeg of zevenmaal genoeg was, antwoordde Jezus: ‘niet tot zevenmaal, maar tot zeventigmaal zeven maal’ (Mattheüs 18:21–22), een manier om te zeggen dat vergeving niet moet tellen.