Bijbelteksten

Bijbelteksten over gebed

De Bijbelteksten over gebed zijn uitnodigingen: vraag, zoek, klop, roep. Ze beloven dat God hoort, dat de Geest onze zwakheid te hulp komt en dat eerlijk gebed welkom is, ook als de woorden schaars zijn.

‘Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden.’ Van Hanna’s tranenvolle gebed tot het Onze Vader en Paulus’ oproep om zonder ophouden te bidden: de Schrift behandelt gebed als een gewoon gesprek met een Vader die luistert.

Weet je niet hoe je moet beginnen, bid dan deze verzen terug tot God. Veel christenen hebben precies zo leren bidden: door de woorden van de Bijbel te lenen.

28 Bijbelteksten over gebed

  1. 1

    Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

    Mattheüs 6:6SV
  2. 2

    Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

    Mattheüs 7:7SV
  3. 3

    Roep tot Mij, en Ik zal u antwoorden, en Ik zal u bekend maken grote en vaste dingen, die gij niet weet.

    Jeremia 33:3SV
  4. 4

    Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.

    Markus 11:24SV
  5. 5

    En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

    Romeinen 8:26SV
  6. 6

    En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort.

    1 Johannes 5:14SV
  7. 7

    Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.

    Psalm 145:18SV
  8. 8

    Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel.

    Jakobus 5:16SV
  9. 9

    Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.

    Mattheüs 18:20SV
  10. 10

    Des morgens, HEERE, zult Gij mijn stem horen; des morgens zal ik mij tot U schikken, en wacht houden.

    Psalm 5:3SV
  11. 11

    Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

    Psalm 17:6SV
  12. 12

    Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen;

    Efeze 6:18SV
  13. 13

    Mijn gebed worde gesteld als reukwerk voor Uw aangezicht, de opheffing mijner handen als het avondoffer.

    Psalm 141:2SV
  14. 14

    Maar zeker, God heeft gehoord; Hij heeft gemerkt op de stem mijns gebeds. Geloofd zij God, Die mijn gebed niet heeft afgewend, noch Zijn goedertierenheid van mij.

    Psalm 66:19–20SV
  15. 15

    En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

    Johannes 14:13–14SV
  16. 16

    Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.

    Johannes 15:7SV
  17. 17

    Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen;

    1 Timotheüs 2:1SV
  18. 18

    Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;

    Psalm 102:17SV
  19. 19

    Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

    Hebreeën 4:16SV
  20. 20

    HEERE! neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen. In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.

    Psalm 86:6–7SV
  21. 21

    En het zal geschieden, eer zij roepen, zo zal Ik antwoorden; terwijl zij nog spreken, zo zal Ik horen.

    Jesaja 65:24SV
  22. 22

    Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak.

    Mattheüs 26:41SV
  23. 23

    Laat de redenen mijns monds, en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en mijn Verlosser!

    Psalm 19:14SV
  24. 24

    En Hij zeide ook een gelijkenis tot hen, daartoe strekkende, dat men altijd bidden moet, en niet vertragen;

    Lukas 18:1SV
  25. 25

    Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen.

    Psalm 55:17SV
  26. 26

    Vertrouw op Hem te aller tijd, o gij volk! Stort ulieder hart uit voor Zijn aangezicht; God is ons een Toevlucht. Sela.

    Psalm 62:8SV
  27. 27

    Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen.

    1 Petrus 3:12SV
  28. 28

    Houdt sterk aan in het gebed, en waakt in hetzelve met dankzegging;

    Kolossenzen 4:2SV

Bijbeltekst: Statenvertaling (SV).

Veelgestelde vragen

Wat zegt de Bijbel over de kracht van gebed?

Jakobus 5:16 zegt dat ‘een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel’, en Jezus beloofde in Mattheüs 7:7 dat wie vraagt, zoekt en klopt zal ontvangen, vinden en de deur geopend zal krijgen.

Hoe leerde Jezus ons bidden?

In Mattheüs 6:9–13 gaf Jezus het Onze Vader: Gods naam eren, zijn koninkrijk en wil zoeken, vragen om dagelijks brood, vergeving en verlossing van het kwaad. Hij leerde ook volharding (Lukas 18:1) en bidden in het verborgen (Mattheüs 6:6).